Week 02 (14 oktober)

Thema: De grondslag van mijn leven.


Wat ik vraag:

dat ik God ervaar als de grondslag van mijn leven,
dat Hij mijn doen en laten doordrenkt –
dat ik de innerlijke vrijheid voel,die voortkomt uit die ervaring.

Lied: Bless the Lord Taizé
https://www.youtube.com/watch?v=t4Svh-9ohg4

Bless the Lord, my soul, and bless God’s holy name.
Bless the Lord, my soul, who leads me into life.

Prijs de Heer mijn ziel, en prijs zijn heilige naam.
Prijs de Heer mijn ziel, die mij het leven geeft.

Ik ben naar deze kapel gekomen met een verlangen of, minstens, met een zoekend hart. Voor de meditatie begint, plaats ik mijzelf voor God die ook verlangend naar mij kijkt.


Gebed:

Ik kom even naar U toe, mijn God,
stil en vol eerbied,
dankbaar wetend
dat U mij kent,
helemaal,
dat U op mij wacht
en naar mij verlangt,
zoals mijn hart naar U verlangt…
En alles wordt stil.

Wij lezen uit het eerste boek Koningen. Elia wordt bedreigd. Bang en bedroefd moet hij vluchten. Uiteindelijk bereikt hij de berg Horeb: de plaats waar God en mens elkaar ontmoeten. Na een nacht in een grot roept God hem.

1 Koningen 19, 11-13

‘Kom naar buiten,’ zei de HEER, ‘en treed hier op de berg voor mij aan.’ En daar kwam de HEER voorbij. Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de HEER uit, die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de HEER bevond zich niet in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de HEER bevond zich niet in die aardbeving. Na de aardbeving was er vuur, maar de HEER bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries. Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht. Hij kwam naar buiten en ging in de opening van de grot staan, en daar klonk een stem die tot hem sprak: ‘Elia, wat doe je hier?’ 


Ik stel me voor dat ik nu zelf bij de opening van de grot op de berg sta. God roept mij. Kom naar buiten! Treed voor mij aan!


¬


Ik kijk naar mijn leven nu, in deze tijd. Stormen, aardbevingen, vuur en windvlagen vallen duidelijk op. Ik kan ze niet negeren. O, wat kan het gefluister van een zachte bries makkelijk gemist worden in dat alles! Ik spits mijn oren en ik luister aandachtig. Om het zachte bries in mijn leven te mogen herkennen. De zachte stem van de liefde.


¬


Ik stel me voor dat ook ik uit de grot naar buiten stap wanneer ik het zachte bries hoor. Ik kom even naar U toe, mijn God. En ik hoor hem mij vragen: “Wat doe je hier?”


¬


Op deze plek waar God en mens elkaar ontmoeten, kan een wederzijds verlangen ontstaan. God roept: “Laat mij, de Liefde zelf, het fundament van jouw leven worden”. En ik? Kan ik antwoorden: “Ik verlang ernaar dat U de grondslag van mijn leven bent.”?


¬



 


De zachte stem van de liefde

Allerlei stemmen vragen onze aandacht. De ene zegt: ‘Laat zien dat je een goed mens bent.’ De andere zegt: ‘Eigenlijk moet je je schamen.’ Een derde zegt: ‘In wezen geeft niemand om je.’ Weer een andere stem zegt: ‘Je moet succesvol, sterk en beroemd worden.’ Maar tussen al die luidruchtige stemmen is er ook eentje te horen die zachtjes zegt: ‘Je bent me lief, ik houd van je.’ Die stem is voor ons de belangrijkste. Het kost echter inspanning om die stem te horen. Daarvoor is afzondering nodig, stilte, bereidheid om te luisteren.

Dat is bidden, luisteren naar de stem die tegen ons zegt: ‘Je bent me lief.’

                                                                                                             Henri Nouwen

 


Comments