Week 10 (9 december)

Thema: Geboorte van Jezus.


Inleiding

 

Wat ik vraag:

dat dit kind in mij mens mag worden;

dat ik zijn geboorte

van ganser harte kan vieren;

dat zijn wezen in mij zal doordringen.

 

Ik plaats mijzelf in de aanwezigheid van God die met tederheid naar mij kijkt.

  


Lied: Once in Royal David’s City

https://www.youtube.com/watch?v=TT3cfXd3Shk

 

Engels

 

Nederlands:

 

Once in royal David's city

Stood a lowly cattle shed,

Where a mother laid her baby

In a manger for His bed:

Mary was that mother mild,

Jesus Christ her little child.

 

He came down to earth from heaven,

Who is God and Lord of all,

And His shelter was a stable,

And His cradle was a stall;

With the poor, and mean, and lowly,

Lived on earth our Saviour Holy.

 

And through all His wondrous childhood

He would honour and obey,

Love and watch the lowly Maiden,

In whose gentle arms He lay:

Christian children all must be

Mild, obedient, good as He.

 

For He is our childhood's pattern;

Day by day, like us He grew;

He was little, weak and helpless,

Tears and smiles like us He knew;

And He feeleth for our sadness,

And He shareth in our gladness.

 

And our eyes at last shall see Him,

Through His own redeeming love;

For that Child so dear and gentle

Is our Lord in heaven above,

And He leads His children on

To the place where He is gone.

 

Not in that poor lowly stable,

With the oxen standing by,

We shall see Him; but in heaven,

Set at God's right hand on high;

Where like stars His children crowned

All in white shall wait around.

In de Koningsstad van David

vlijt een moeder in een stal

haar klein kindje in een kribbe,

die tot bedje dienen zal.

Maria is die moeder schoon,

Jezus Christus is haar zoon.

 

Uit de hemel kwam hij neder

hij die God is, Heer van 't al,

en zijn wiegje was een kribbe,

zijn geboorteplaats een stal,

bij wie zwak is, arm of klein,

wilde hij op aarde zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Hij was ons als kind tot voorbeeld;

groeide daag'lijks, net als wij;

hij was klein en zwak en hulp'loos

zoals wij soms droef, dan blij.

Zijn wij bedroefd, toont medelijden;

verheugd met ons in goede tijden.

 

Door zijn liefde staan wij eenmaal

met de Heiland oog in oog

want dat kind zo lief en teder,

is ons Here van omhoog.

En hij leidt zijn kind'ren tot

waar hij zelf woont, dicht bij God.

 

In de hemel, niet bij ossen,

niet bij ezels in een stal,

aan Gods rechterhand gezeten,

is 't waar hij zich tonen zal.

Waar zijn kind'ren sterrekronen

dragend, eeuwig bij hem wonen.

 

 

Tekst en meditatie: Lucas 2, 1 – 7

 

In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus, dat er een volkstelling moest gehouden worden in heel zijn rijk. Deze volkstelling had voor het eerst plaats toen Quirinius landvoogd van Syrië was. Allen gingen op reis, ieder naar zijn eigen stad om zich te laten inschrijven. Ook Jozef trok op en omdat hij behoorde tot het huis en geslacht van David, ging hij van Galilea uit de stad Nazaret naar Judea, naar de stad van David, Betlehem geheten, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn verloofde, die zwanger was. 

 

Jozef moet op reis samen met Maria. Met al mijn voorstellingsvermogen probeer ik me in te leven in dit verhaal. Ik kijk naar Jozef en Maria wanneer ze in Betlehem aankomen. Ik volg ze door de straten. Misschien dichtbij of op een afstand. Hoe zien die straten eruit? Druk, luidruchtig, gezellig of stil? Maria is moe en hoog zwanger. Ik kijk naar haar gezicht. Ik luister naar wat Jozef tegen haar zegt wanneer ze ontdekken dat er geen herbergier is die ze een bed voor de nacht wil aanbieden. Ik ruik de geuren van de stad. De geuren van veel mensen en dieren samen. De geuren van warme maaltijden die in de herbergen worden voorbereid. Ik probeer te voelen hoe koud het is buiten op straat in Betlehem als de nacht valt.

 

 

Terwijl zij daar verbleven, brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht haar zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.

 

Jezus is geboren. Tussen de dieren in een stal en afhankelijk van de tedere zorg van Maria en Jozef. Zo wilde God tussen de mensen komen. Kwetsbaar en afhankelijk. Ik neem een plaats in de stal. Ik kijk en ik luister naar wat daar gebeurt. Misschien wordt er een beroep op mij gedaan om te helpen. Misschien kijk ik ongezien vanuit een hoekje. Wat doet dit allemaal met mij?

 

*

 

Ik kijk naar de baby in de kribbe. Misschien wordt ik gevraagd het Christus-kind in mijn armen te nemen. Iemand die kwetsbaar en teer is, wordt aan mij toevertrouwd. Misschien herken ik dat vanuit mijn dagelijks leven. 

 

*

God komt als een kwetsbaar kind naar ons toe. Durf ik ook zo in het leven te staan? Kwetsbaar. In het besef dat ik anderen, ook de Ander, nodig heb. Toelaten dat het kind Jezus in mij wordt geboren.

 

Christus kan duizend keer

geboren zijn in Galilea,

maar alles is tevergeefs

als hij niet geboren wordt in mij.

Angelus Silesius

 


Comments