Week 19 (10 februari)

Thema: Voedsel voor het leven
 

Muziek: Psalm 23 – C.Ulenberg (1549-1617) door ensemble Stimmwerck.


Mein Hirt ist Gott der Herr
er tut mich immer weiden

Darum ich nimmer
mehr mag Not und Mangel leiden.

Er wirt mit treuem Mut 

auf grüner Auen gut

mir Trost und weide gönnen.
wird mich hinführen fein 

zum Wasser still und rein

zu frischen kühlen Brunnen.

 

Dein Stecken heilger Zier                                                

dein Hirtenstab daneben   

sind immer über mir

mein Herzen trost zu geben 

Du hast mein zuversicht
mit notturft zugericht

ein Tisch für meine Lügen

zu trotz den Feinden mein

die mir zuwider sein 

und ohn Ursach mich plagen

Er wird die Seele mein
mit Lebens-safft erquicken
Wirt durch den Namen sein
auf rechte bahn mich schicken
Wenn ich schon in dem fall
herging im finstern Tal
da Todesschatten wäre
so fürchte ich dennoch
kein leid und Ungemach
denn Du bist bei mir Herre.

Du hast mit Freudenöl
salbend mein Haupt gedrenket
mein Kelch ist übervoll
Von Dir Herr eingeschenket.
Dein Gnad und Gütigkeit
wirt meines Lebenszeit
mich immerdar beleiten
Dass ich im Hause dein
wohnhafftig möge sein
Zu ewiglichen Zeiten.


Geen letterlijke vertaling, wel een berijming van Psalm 23 uit 'Liedboek' 2013.
Tekst is van Martinus Nijhoff.

Ik wil van God als van mijn Herder spreken
onder zijn hoede zal mij niets ontbreken.
Groen is het land waarin Hij mij doet komen,  
fris is de bron die Hij voor mij doet stromen.     
Hij sterkt mijn ziel en wijst mij rechte wegen,  
opdat ik Hem zal prijzen om zijn zegen.             

Gij zalft mijn hoofd met olie van uw vrede,
Gij vult mijn kelk met gelukzaligheden.
Ja, zaligheid en liefde en welbehagen
zullen mij volgen al mijn levensdagen.
Ik zal het welkom horen van mijn koning
en jaar aan jaar verblijven in zijn woning.

Zelfs door een dal van diepe duisternissen
Waar ik het licht der levenden moet missen
vrees ik geen kwaad want Gij zijt aan mijn zijde
Met stok en staf, tot troost en tot geleide.
Onder het oog van hen die mij verraden
Richt Gij mij toe het nachtmaal der genade.


Tekst: Jesaja 25:6,7. uit De Nieuwe Bijbelvertaling 2004.

Op deze berg (Sion) richt de Heer van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aan: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen.

Dit is niet zomaar een feestje waar Jesaja over schrijft en waar ik vandaag de uitnodiging voor krijg. Ik hoef me niet druk te maken om wat ik aantrek of welk cadeau ik mee zal nemen. Ik mag mezelf zijn als ik op weg ga naar de berg Sion, dat is de heilige plaats waar God zelf zijn feest organiseert. Hij kijkt verlangend naar mij uit. Neem ik zijn uitnodiging aan?

*

Ik probeer me het visioen van Jesaja voor te stellen. Is het een picknick of een oneindig lange tafel? En waar ga ik zitten? Tussen bekenden van mijn eigen volk of zoek ik aansluiting bij genodigden die ik helemaal niet ken?

                                                                *

We hebben onze Schepper niet alleen nodig voor ons dagelijks brood, maar ook voor ons geestelijk voedsel. Naar welk geestelijk voedsel verlang ik?

                                                                * 

Op deze berg vernietigt Hij het waas dat alle volken het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn.

God kent mij zoals ik ben, zonder waas of sluier. Hij weet wat ik nodig heb in mijn leven. Durf ik Hem daarom te vragen en Zijn gaven te ontvangen, puur omdat Hij van mij houdt?






Comments