Week 31(5 mei)

Thema: De Geest die levend maakt

 

Inleiding

De verrezen Heer doet zich gevoelen in mensen:

er gebeuren dingen die naar de maat van mensen onmogelijk zijn.

Dat ik in kan gaan op het leven dat de Geest van God in mij wekt.

 

 

Lied: “Breek de duisternis”

Huub Oosterhuis / Antoine Oomen

 

Jou gezocht bij dag.                        Plant nieuw hart in mij.

Dacht: in licht woon jij.                    Geef mijn mond een stem,

Breek de duisternis.                        mijn schim een lichaam.

                                                        Dood is dood. Doofstom.

Keer je hart tot mij.                          Daar weet niemand iets.

                                                        Doorgestreepte naam.

Spoorloos ben ik, dood.

Maar niet dood genoeg                   Keer je hart tot mij.

voor een eigen graf.

Uit jouw hand geroofd                     Als jij niet een glimp

toen je even niet                              van jou zend naar mij

keek, niet dacht aan mij.                  wil ik niemand meer.

                                                         Lach mijn masker stijf,

Keer je hart tot mij.                          Vlucht in duisternis;

                                                         keer tot woestenij.

 

                                                         Keer je hart tot mij.

                      

                       Kieren morgenlicht

                       scheur de duisternis

                       Keer mijn hart in mij.

 

 

Wij verplaatsen ons in gedachten naar de bovenzaal in Jeruzalem waar de apostelen na Jezus’ hemelvaart, trouw en eensgezind, biddend en afwachtend bijeen zijn. Hopend dat de Geest van God ook onze duisternis zal doorbreken.

Ook ik ben biddend aanwezig.

 

Tekst en meditatie: Hand.2,1-8/ 2,11-12

 

Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren alle apostelen op één plaats bijeen. Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde het hele huis waar zij waren.

Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. Zij raakten allen vol van heilig Geest en begonnen te spreken in vreemde talen. Zoals de Geest hun ingaf.

 

Open staan voor wat de Geest mij ingeeft, ontvankelijk zijn voor wat mij ten diepste raakt.

Ben ik mij bewust van wat de Geest van God in mij opwekt?

Zou dat ook aan, of in mij, te zien zijn?

 

Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken.

Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: “Maar dat zijn toch allemaal Galileeër, die daar spreken! Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal van zijn geboortestreek hoort?

 

De Geest overschrijdt menselijk grenzen. Grenzen die ik misschien zelf opwerp. Maar Gods Geest doorbreekt ook mijn barrières.

 

Wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God”

Ze stonden allen versteld, en in grote verlegenheid zei de één tegen de ander: “Wat heeft dit te betekenen?”

 

God geeft zijn Geest zo maar, gratis, aan ieder mens. Hij kan mijn ogen openen om ieder ander te zien als kind van God, niemand uitgezonderd.

De Heilige Geest kan mij ontvankelijk maken hiervoor.

 


Comments