Week 03 (5 nov)

Thema: Je leven ordenen

 

Lied: Zo vriendelijk en veilig

 

Zo vriendelijk en veilig als het licht

zoals een mantel om mij heen geslagen

zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht

ik roep zijn naam, bestorm hem met mijn vragen,

dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.

Wil mij behoeden en op handen dragen.

 

Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd

waakt over mij en over al mijn gangen.

Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid

om, als ik val, mij telkens op te vangen.

Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt.

Ik moet in lief en leed naar U verlangen.

 

Verlangen

Thema van deze meditatie is ‘je leven ordenen’. Dat is  een scheppend proces, waarbij het gaat om datgene wat het belangrijkste is in je leven ook werkelijk het belangrijkste te laten zijn. Voor Ignatius is de band met God het aller voornaamste. Hij zegt in GO (23): ”De mens is geschapen om God onze Heer te loven, eerbied te bewijzen en te dienen en aldus zin ziel te redden.”

Wij kunnen verlangend bidden om - stapje voor stapje – ons leven meer af te stemmen op die vriendschapsband met God. Zoals we zongen: “Dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt; wil mij behoeden en op handen dragen”.”

 

Mat 7: 13-14  (NBV)

(Jezus sprak tot zijn leerlingenJ

Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.

 

Ik probeer mij in deze beeldspraak te herkennen. Wat zou voor mij die nauwe poort kunnen zijn en die smalle weg? Ben ik daar ooit van afgeweken en de brede weg opgegaan? En hoe heb ik de smalle weg weer teruggevonden?

 

Mat 7: 24-27 (NBV)

(Jezus vervolgtJ

Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots.

 

Wat zou voor mij in deze fase van mijn leven die rots kunnen  zijn, waarop ik mijn leven bouw? Ik kan daar een tijdje bij verwijlen.

 

Heb ik al eens mogen meemaken dat mijn rots bestand bleek tegen de stormen van het leven? Wat was die storm en hoe bleef mijn rots mij toen vastigheid geven?

 

En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.’

 

Wat is in mijn leven dat drijfzand, dat een bedreiging voor mij vormt?

 

Couplet 3

Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,

dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.

Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,

wil alle liefde aan uw mens besteden.

Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft -

Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.