Week 06 (26 nov)

Thema: In gebreke gebleven

 

1]         Voorbereiding

            Ik plaats mij tegenwoordigheid van onze God

            Die met vriendelijkheid naar mij kijkt... / ik vraag wat ik verlang...

           

2]         Lied: Psalm 51 (Sweelinck)

 

Miséricorde au povre vicieux

Dieu toutpuissant selon ta grand’ clemence

Use à ce coup de ta bonté immense,

Pour effacer mon faict pernicieux.

Lave moy, Sire, et relave bien fort

De ma commise iniquité mauvaise:

Et du peché qui m’a rendu si ord,

Me nettoyer d’eau de grace te plaise.

 

Ontferm u over my aermen sondaer

Heer nae uwe goedtheit niet om volprysen

Wilt my dit mael u’ ghenaede bewysen,

End vergheeft my myn sonden groot end swaer.

Wascht my, o Godt, maeckt my suyver end klaer

Van myn leelicke stinckende misdaden,

Die my voor u onreyn maeken voorwaer,

Reynigt my door ’t water uwer ghenaden.    

 

3]         Bijbeltekst (vert. Dries van den Akker s.j.)

 

Psalm 51

 

03        Genade, God

            Ik doe een beroep

            Op uw goedheid.

            Wees barmhartig,

            Wis mijn missers

            Uit

04        Was mijn vuiligheid af.

            Werk mijn zonden

            Weg.

05        Want ze branden

            Mij in de ziel;

            Zijn geen ogenblik

            Uit mijn gedachten.

06        Tegen U

            Ging ik in.

            Wat U pijnlijk

            Treft, moest ik

            Zo nodig doen.

            Uw Woord is waar:

            Ik heb geen been

            Om op te staan.

07        Ja,

            Mijn hele bestaan -

            In paardrift begonnen:

            Getekend door zonde.

08        En ja,

            Daaraan bent U dan -

            Met liefde -

            Door en door trouw;

            Deelt in vertrouwen

            Uw wijsheid met míj!

09        Ontsmet mij van zonde;

            Was mij witter

            Dan sneeuw.

10        Laat blijdschap

            Te horen zijn;

            Opspringen

            Dorre botten.

11        Sluit uw ogen

            Voor mijn zonden;

            Al mijn vuiligheid

            Wis ze uit.      

 

            *

 

12        Maak mij

            Een zuivere ziel,

            Een nieuwe geest

            Koersvast.

13        Ik kan niet zonder

            Uw heilzame geest,

14        Bevrijdende vreugde,

            Uw vurige geest.

15        Dan wijs ik de weg

            van omkeer aan zondaars

16        Geen bloed aan mijn handen:

17        De mond vol van U;

            Waardering; hulde

            aan U.

18        Wat moet U met offers?

19        Het mooiste geschenk:

            een nederig hart.

            Een arme ziel, God,

            zult U niet versmaden.

4]         Gedachten die de meditatie kunnen helpen

            (Zolang ik ergens smaak in vind blijf ik daarbij staan

            En laat de rest voor wat het is)

 

4.1]      De psalm begint met het woord ‘genade’.

            Juist zoals wanneer twee jongetjes met elkaar vechten

            En het jongetje dat onderligt om ‘genade’ smeekt.

            Ik bedenk in welke situaties deze uitgroep van toepassing was.

 

4.2]      Wis mijn missers uit.

            Ik laat de missers in de geest aan mij voorbijgaan.

            En vraag of ze uitgewist mogen worden.

 

4.3]      De psalmdichter verbaast zich erover

            Dat God met zo iemand als mij

            Onderweg gaat, vertrouwen geeft

            En zijn intiemste gedachten (wijsheid) deelt.

            Kan ik met de psalmdichter meevoelen?

 

4.4]      Dat God zo met mij omgaat stemt dankbaar,

            geeft vreugde, nieuwe energie, vurige geest.

 

4.5]      Een nederig hart is het mooiste geschenk.

            Ik probeer dat op mijzelf toe te passen.

 

4.6]      Ik besluit met een persoonlijk gebed.