Week 07 (3 dec)

Thema: De verlosser

 

Wat ik vraag:

dat ik deel mag hebben aan de liefde van de Vader,

door de Zoon, in de heilige Geest;

dat ik zo de mogelijkheid mag krijgen om

mijn plaats in te nemen in zijn schepping,

met mijn gaven en grenzen.

 

Met dit gebed plaats ik mijzelf voor God die met barmhartigheid en met liefde naar mij kijkt.

 

 

Tekst en meditatie: Joh 4, 5-26

 

Zo kwam hij (Jezus) bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ ‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’ Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’ ‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw. ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus, ‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’ 

 

Jezus volgt de regels van zijn tijd niet. Joden gaan niet met Samaritanen om. Een man gaat niet in gesprek met een vrouw. En zeker niet met een zondares. Maar Jezus doet het toch! Hij kent haar wel, maar Hij kent ook wat diep in haar hart leeft: een dorst naar ‘levend water’, een verlangen naar echte liefde, liefde die zuiver is. En Hij biedt het haar aan. Is er ooit iemand in mijn leven geweest die mij aanvaarde zoals ik ben met mijn gaven, maar ook met mijn tekortkomingen en grenzen?

 

Daarop zei de vrouw: ‘Nu begrijp ik, heer, dat u een profeet bent! Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’ ‘Geloof me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. Jullie weten niet wat je vereert, maar wij weten dat wel; de redding komt immers van de Joden. Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in geest en in waarheid.’ De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen’ (dat betekent ‘gezalfde’), ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Dat ben ik, degene die met u spreekt.’

 

God aanbidden in geest en waarheid. Dat is wat Jezus van mij verlangt. Dat ik mij niet verstop, maar mijn plaats neem voor God in de waarheid van wie ik eigenlijk ben: een onvolmaakt mens. Onvolmaakt maar misschien wel met een verlangen naar ‘levend water’: een verlangen naar een leven uit zuivere liefde voor elkaar zoals Jezus leefde. Ik neem zelf ook plaats bij de bron. Misschien wil ik Jezus iets vertellen? Misschien zegt Hij ook iets aan mij.


Johannes 15, 16a

(Jezus zegt:) Niet jullie hebben Mij uitgekozen; nee, Ik heb jullie uitgekozen

 

Hoewel Hij al mijn tekortkomingen en zelfgerichtheid kent, heeft Jezus (God) mij uitgekozen. Hoe ervaar ik dit in mijn leven? Kan ik aanvaarden dat ik waardevol ben in zijn ogen? Dat Hij mij bij mijn naam heeft geroepen? Dat ik van hem ben?   

 

*

 

Wij luisteren naar het lied en daarna blijven we nog een paar minuten in stilte om te overwegen hoe dat voor mij is, of zou kunnen zijn: Christus in mij.

 

Lied: The Deer’s Cry (Arvo Pärt)

https://www.youtube.com/watch?v=-xGEYz1y0jQ


Christ with me, Christ before me, Christ behind me,

Christ in me, Christ beneath me, Christ above me,

Christ on my right, Christ on my left,

Christ when I lie down, Christ when I sit down,

Christ in me, Christ when I arise,

Christ in the heart of everyone who thinks of me,

Christ in the mouth of everyone who speaks of me,

Christ in the eye that sees me,

Christ in the ear that hears me,

Christ with me.

 

Christus met mij, Christus voor mij, Christus achter mij,

Christus in mij, Christus onder mij, Christus boven mij,

Christus aan mijn rechterhand, Christus aan mijn linkerhand,

Christus als ik ga liggen, Christus als ik ga zitten,

Christus in mij, Christus wanneer ik opsta.

Christus in het hart van ieder die aan mij denkt,

Christus in de mond van ieder die over mij spreekt,

Christus in het oog dat mij ziet,

Christus in het oor dat mij hoort.

Christus met mij.