Week 08 (10 dec)

Thema: Een koning roept

  

Inleiding

“Ik zoek Jezus, ik dien Jezus, omdat Hij mij eerst gezocht heeft, omdat ik door Hem gegrepen ben geworden: hier ligt het hart van onze ervaring.”

Paus Franciscus woensdag 31 juli 2013

 

Met dit verlangen ben ik naar deze kapel gekomen en plaats ik mijzelf voor God die met barmhartigheid en met vriendelijkheid naar mij kijkt. Ik vraag hem wat ik verlang.

 

Lied : Ken je Mij (naar Psalm 139)

 

Ken je mij? Wie ken je dan?

Weet jij mij beter dan ik?

Ken je mij? Wie ben ik dan?

Weet jij mij beter dan ik?

Ogen die door de zon heen kijken

Zoekend naar de plek waar ik woon

Ben jij beeldspraak voor iemand

die aardig is, of onmetelijk ver,

die niet staat en niet valt

en niet voelt als ik,

niet koud en hooghartig

 

De schrijvers van het lied en de psalm zijn dankbaar om wat God voor hen betekent. Herken ik deze dankbaarheid? Welke gevoelens heb ik daar bij?

 

Tekst en meditatie: Lucas 24, 13-35

 

Luc 24, 13-19
Juist op die dag waren twee van hen op weg naar het dorp Emmaüs, dat zestig stadiën van Jeruzalem ligt. Ze spraken met elkaar over alles wat voorgevallen was. Terwijl ze met elkaar in discussie waren, voegde Jezus zelf zich bij hen en liep met hen mee. Maar hun ogen waren niet bij machte Hem te herkennen. Hij sprak tot hen: ‘Waarover lopen jullie zo druk met elkaar te praten?’ Met sombere gezichten bleven ze staan. Een van hen, die Kleopas heette, gaf Hem ten antwoord: ‘Bent U dan de enige inwoner van Jeruzalem die niet weet wat daar de afgelopen dagen is gebeurd?’ ‘Wat dan?’ vroeg Hij. Ze zeiden Hem: ‘Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret. Hij was een profeet, machtig in woord en daad in de ogen van God en van heel het volk.

 

Op de avond van de opstanding liep Jezus samen op met twee Emmaüsgangers. Ik stel mij de situatie voor. Ik zie de weg waar ze lopen in de late avond. Teleurgesteld en verdrietig. Misschien ben ik één van hen of volg ik hen op een afstand. Herken ik dat Jezus daar is of ben ik net als zij niet bij machte om hem te horen of zien?


 

Luc 24, 20-24

Wij hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen, maar inmiddels is het al de derde dag sinds dat gebeurd is. Wel hebben enkele vrouwen uit onze kring ons versteld doen staan. Die waren vanmorgen vroeg naar het graf gegaan  en toen ze zijn lichaam daar niet aantroffen, kwamen ze terug met het verhaal dat ze ook nog een verschijning hadden gehad van engelen die zeiden dat Hij leeft. Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan en het bleek zo te zijn als de vrouwen gezegd hadden, maar Hem hebben ze niet gezien.’

 

Verwachtingen die niet zijn uitgekomen kunnen ons verblinden, verwarren en teleurstellen. Herkent u het verdriet om een verlossing die er niet leek te zijn of te komen? Wat zijn mijn gevoelens hierbij?

 

Luc 24, 25-30

Toen zei Hij tot hen: ‘Wat zijn jullie toch onverstandig en traag van begrip als het gaat om het geloof in alles wat de profeten hebben gezegd! Moest de Messias niet zo lijden en dan zijn heerlijkheid binnengaan?’ En Hij legde hun uit wat in heel de Schrift op Hemzelf betrekking had, te beginnen bij Mozes en alle Profeten. Toen ze bij het dorp kwamen waar ze moesten zijn, deed Hij alsof Hij verder wilde gaan. Maar met aandrang vroegen ze: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt al ten einde.’ Toen ging Hij mee naar binnen om bij hen te blijven. 

 

De Emmaüsgangers ontmoeten de dienende Jezus, die hen bij wil staan met zijn liefde en wijsheid. Hij staat hen bij zodat ze niet dwalen. Hij is barmhartig. Herken ik de dwaaltocht van de Emmaüsgangers? Hoe verlang ik naar zijn barmhartigheid?

 

Luc 24, 31-35

Eenmaal met hen aan tafel nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun. Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem, maar meteen was Hij uit hun gezicht verdwenen. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Was het niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons opende?’ Meteen stonden ze van tafel op en gingen terug naar Jeruzalem; daar vonden ze de elf en hun metgezellen bijeen. Die zeiden: ‘Waarachtig, de Heer is opgewekt, aan Simon is Hij verschenen.’ Toen vertelden zij wat er onderweg was gebeurd en hoe ze Hem hadden herkend bij het breken van het brood.

 

Ik zoek Jezus, ik dien Jezus, omdat Hij mij eerst gezocht heeft, omdat ik door Hem gegrepen ben geworden: hier ligt het hart van ook mijn ervaring.