Week 09 (17 dec)

Thema: God wordt mens

 

  

Kerstlied uit de 14de eeuw, op muziek van M. Praetorius (1571-1621), uitgevoerd door vier heren van het ensemble “Chanticleer”.

                                                                     Vertaling:

In dulci jubilo                                                In zoete vreugde

nun singet und seid froh!                             zingt nu en wees blij!

Unsres Herzens Wonne                              De vreugde van ons hart

liegt in praesepio                                         ligt in de kribbe,

und leuchtet als die Sonne                          en straalt als de zon

matris in gremio.                                          Op moeders schoot.

Alpha es et O.                                              U bent alpha en omega.

 

 

 

De lofzang van Maria (Luc 1, 46-55)

 

Mijn ziel prijst en looft de Heer,

mijn hart juicht om God, mijn redder:

Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.

Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,

ja, grote dingen heeft de machtige voor mij gedaan,

heilig is zijn naam.

Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht,

voor al wie hem vereert.

Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm

en drijft uiteen wie zich verheven wanen.

Heersers stoot hij van hun troon

en wie gering is geeft hij aanzien.

Wie honger heeft overlaadt hij met gaven,

maar rijken stuurt hij weg met lege handen.

Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar,

zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd:

hij herinnert zich zijn barmhartigheid

jegens Abraham en zijn nageslacht,

tot in eeuwigheid.

 

 

Overwegingen bij bovenstaande tekst

 

Maria en haar nicht Elisabeth ontmoeten elkaar.  Twee vrouwen, ze zijn allebei in blijde verwachting door een Godswonder.

Ik stel mij voor dat ik getuige ben van hun ontmoeting. Wat zie ik? Wat hoor ik?

 

 

Maria zegt, of misschien zingt ze wel: “Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder, Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.”

Was er al eens een moment in mijn leven waarop ik deze woorden met haar kon zeggen of zingen?

 

 

“Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht, voor al wie hem vereert.”     En

“Hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht tot in eeuwigheid”.

Al lang voordat ik ter wereld kwam trekt de God, in wiens naam wij hier aanwezig zijn, zich het lot aan van ons, mensen.

Ik laat dit opnieuw tot mij doordringen en ga na wat dit met mij doet.

 

 

We luisteren nog eens naar het lied “in dulci jubilo”.  In twee talen, latijn en Duits, klinkt de vreugde om de komst van de Redder van de wereld.  Ook Maria gaf woorden aan haar blijdschap.

Hoe ziet mijn loflied eruit?  Zijn het woorden, is het een lied of instrumentale muziek, een tekening of een schilderij?

Zou het iets zijn om daar in de komende vierde adventsweek vorm aan te geven?