Week 13 (14 jan)

Thema: Zuiver aanvoelen

 


Inleiding

Op onze levensweg komen we onszelf tegen als een vat vol tegenstrijdigheden.

Niemand ontkomt er aan dat hij door verschillende stemmingen wordt bewogen, stemmingen die ons op onze weg naar God verder helpen en stemmingen die ons daarvan weerhouden. Frits Wobbe zei ooit dat de voornaamste keuzes die je maakt gaan over de stemmingen in je hart. Wij kunnen vragen dat we de goede stemmen in ons leren onderscheiden van de stoorzenders en dat we met vallen en opstaan de goede stemmen mogen volgen.

 

 

Lied: Zo vriendelijk en veilig

 

1] Zo vriendelijk en veilig als het licht

zoals een mantel om mij heen geslagen

zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht

ik roep zijn naam, bestorm hem met mijn vragen,

dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.

Wil mij behoeden en op handen dragen.

 

2] Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd

waakt over mij en over al mijn gangen.

Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid

om, als ik val, mij telkens op te vangen.

Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt.

Ik moet in lief en leed naar U verlangen.

 

                                              

Meditatie: Galaten 5,13-14 en 16-25

 

Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Hebt uw naasten lief als u zelf.’

Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het één gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt. Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet.

 

“Dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt “. Het lied bezingt dat God met ons bezig als een schepper. Bij dat scheppingswerk ben ik zelf betrokken door de onderscheiding der geesten. Paulus geeft aan, dat er in ons een strijd plaatsvindt tussen stemmingen en geesten die ons vrij maken en andere die ons gevangen houden. Herken ik die strijd in mij zelf?

 

Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid, en losbandigheid; afgoderij en toverij; vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede; gekonkel, geruzie en rivaliteit; afgunst, bras- en slemppartijen en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God.

 

Paulus noemt een heel rijtje van boze geesten op waardoor mensen zich kunnen laten bepalen in hun gedrag. Wij kunnen daar nog de volgende aan toevoegen: wantrouwen, moedeloosheid, teleurstelling, ongeloof, cynisme, angstigheid, achterdocht, minderwaardigheidsgevoelens, agressie en toorn. Herken ik daarvan iets in mijzelf. Welke stemmingen vormen een bedreiging voor mijn levensgeluk, mijn innerlijke vrede, mijn leven in de Geest?

 

Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.

 

Paulus geeft dus ook  voorbeelden van stemmingen die voortkomen uit de H. Geest. Herken ik daarvan de een of de ander in mijn eigen leven, als een stemming die me vrij maakt? Of kan ik daar eigen woorden aan geven?

 

Wie Christus Jezus toebehoort heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen. Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst.

 

Paulus stelt voor om datgene, wat ons hindert op onze weg met Christus, aan het kruis te slaan. Dat moet je niet zien als iets dat wij zomaar kunnen. Paulus kon dat zelf niet eens. Hij had immers ook een prikkel in het vlees, waar hij maar niet vanaf kon komen. Wat we wel kunnen is om datgene wat ons hindert, waar we last van hebben, aan Christus te geven, naast onze genegenheid en liefde voor Hem. En we kunnen Hem vragen ons te helpen ook daarin een weg te vinden, om te ervaren hoe de Geest ons ook daarin verder wil helpen.

 

 

Vervolg lied

 

3] Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,

dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.

Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,

wil alle liefde aan uw mens besteden.

Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft -

Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden