Week 15 (28 jan)

Thema: Jezus roept zijn mensen

 

Lied

 

Het volk dat in duisternis gaat,

zal aanschouwen groot licht.

Die wonen in schaduw van dood:

over hen gaat een licht op.

 

Zij zullen lachen en juichen

als op de dag van de oogst.

 

Het volk dat in duisternis gaat,

zal aanschouwen groot licht.

Die wonen in schaduw van dood:

over hen gaat een licht op.

 

 

Matteus 4, 12-22

12        Toen Jezus vernam dat Johannes was gevangen genomen,

            week Hij uit naar Galilea.

13        Met voorbijgaan echter van Nazaret

            vestigde Hij zich in Kafarnaum aan de oever van het meer,

            in het grensgebied van Zebulon en Naftali,

14        opdat in vervulling zou gaan het woord van de profeet Jesaja:

15        ‘Land van Zebulon, land van Naftali, liggend aan de zee, Overjordanie:

            Galilea van de heidenen!

16        Het volk dat in de duisternis zat, heeft een groot licht aanschouwd;

            en over hen die in het land van de schaduw van de dood gezeten waren,

            over hen is een licht opgegaan.’

17        Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen:

            "Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij."

18        Eens toen Hij zich bij het meer van Galilea ophield,

            zag Hij twee broers, Simon die Petrus wordt genoemd en diens broer Andreas,

            bezig met het net uit te werpen in het meer. Zij waren namelijk vissers.

19        En Hij sprak tot hen: "Komt, volgt Mij: Ik zal u vissers van mensen maken."

20        Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.

21        Iets verder zag Hij nog twee broers, Jakobus en diens broer Johannes;

            met hun vader Zebedeus waren zij in de boot de netten een het klaarmaken.

            Hij riep hen,

22        en onmiddellijk lieten zij de boot en hun vader achter en volgden Hem.

 

Meditatie

 

0.         Voor zover ik dat nog niet gedaan heb,

            plaats ik mij in tegenwoordigheid van onze God,

            die met vriendelijkheid naar mij kijkt.

 

1.         Jezus vestigt zich in het noorden Palestina.

            Dat gebied staat ongunstig bekend:

            ‘Volk van duisternis. Galilea van de heidenen.’

            Zijn komst wordt vergeleken met licht.

            Waar zou zijn komst in mijn leven ‘licht’ brengen?

 

2.         Jezus begint aan zijn Openbaar Leven.

            Het allereerste dat hij doet...

            is niet genezingen verrichten, hoe hoog de nood ook was:

            het allereerste is: hij gaat metgezellen zoeken.

            Van het begin af aan wil hij getuigen erbij hebben.

            En als hij mij gevraagd zou hebben...?

 

3.         Op het moment dat hij de twee broederparen uitnodigt

            laten ze alles vallen en volgen hem.

            Onmiddellijk. Terstond. Onverwijld.

            Ik probeer te zien welke blik er dan in zijn ogen gelegen moet hebben...

            welke klank er in zijn stem te horen geweest moet zijn.

            Wat zou er nodig moeten zijn,

            wilde ik zo’n koersverandering in mijn leven aanbrengen?

 

4.         Jezus zoekt zijn leerlingen niet in het centrum van de eredienst: Jeruzalem.

            Gaat niet naar de rabbijnenscholen of de theologiestudenten.

            Nee, hij zoekt gewone mensen.

            ‘Ik zal je vissers van mensen maken.’

            Hij tilt hun alledaagse bezigheid op naar een hoger niveau.

            Hoe zou dat bij mij klinken, gegeven mijn alledaagse bezigheden?

            ‘Ik zal jou maken tot...’

 

5.         Jezus kiest mensen die ongunstig bekend staan;

            uit het duistere gebied van de heidenen komen.

            Mensen waar anderen de neus voor ophalen;

            mensen die weten wat het is

            om nagewezen te worden; vernikst; opzij geschoven.

            Blijkbaar is dat voor hem kostbaarder dan theologiestudie of Bijbelkennis.

            Kan ik mijn ervaringen van afgewezen te zijn, niet goed genoeg... enz.

            Kan ik geloven dat die ervaringen mij extra bruikbaar maken in zijn ogen?