Week 19 (25 feb)

Thema “Voedsel voor het leven”

  

Psalm 25: Houd mij in leven

 

k:         Houd mij in leven, wees Gij mij redding,

            steeds weer zoeken mijn ogen naar U.

a:         Houd mij in leven, wees Gij mij redding,

            steeds weer zoeken mijn ogen naar U.

 

k:         Omdat Gij zijt zoals Gij zijt,

            zie naar mij om en wees mij genadig,

            want op U wacht ik, een leven lang.

a:         Steeds weer zoeken mijn ogen naar U.

 

k:         Zijt Gij het, Heer, die komen zal,

            of moeten wij een ander verwachten?

            Heer, mijn God, ik ben zeker van U.

a:         Houd mij in leven, wees Gij mij redding,

            steeds weer zoeken mijn ogen naar U.

 

k:         Gij geeft uw woord aan deze wereld,

            Gij zijt mijn lied, de God van mijn vreugde,

            naar U gaat mijn verlangen, Heer.

a:         Steeds weer zoeken mijn ogen naar U.

            Houd mij in leven, wees Gij mij redding,

            steeds weer zoeken mijn ogen naar U.

 

 

Tekst: Joh. 6, 60-69

 

60 In die tijd zeiden velen van Jezus' leerlingen: „Deze taal stuit iemand tegen de

     borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?"

61 Maar Jezus die uit zichzelf wist dat zijn leerlingen daarover morden, vroeg hun:

     „Neemt gij daar aanstoot aan?

62 Als gij dan de Mensenzoon ziet opstijgen naar waar Hij vroeger was ... ?

63 Het is de geest die levend maakt, het vlees is van geen nut.

     De woorden die Ik tot u gesproken heb zijn geest en leven.

64 Maar er zijn er onder u die geen geloof hebben."

     - Jezus wist inderdaad van het begin af aan wie het waren die niet geloofden

     en wie Hem zouden overleveren. –

65 Hij voegde er aan toe:

     „Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij kan komen, als het hem niet door

     de Vader gegeven is."

66 Ten gevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en verlieten zijn

      gezelschap.

67 Waarop Jezus aan de twaalf vroeg: „Wilt ook gij soms weggaan?"

68 Simon Petrus antwoordde Hem:  „Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden

     zijn woorden van eeuwig leven

69 en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt."

 

Meditatie

 

1. Aandachtig luisteren naar zijn levensverhaal:

Toen zij dit hoorden zeiden velen van Jezus’ leerlingen:Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is in staat naar Hem te luisteren?”

Van Hem niet het succes verwachten, dat Hijzelf ook niet had; van Hem niet verwachten dat zijn “taal” (vers 60) en die van het evangelie overkomt en aanspreekt. Geheel ontzelvigd en zelveloos bidden: “Gij hebt woorden van eeuwig leven en waarheen zullen dan gaan?”

Dat Hij door zijn  woorden” van leven, van “eeuwig leven” (vers  69) mij en ons tot een heel ander mens kan maken. Klopt ons hart vol verwachting? Haken we, zijn leerlingen en dus geen vreemden, af? Of: ik weet niets beters dan Uw woorden. Waar zou ik dan heen gaan en waar zou ik anders blijven?

 

2. De “harde taal” is onaanvaardbaar. In drommen gaan ze en blijven weg en groeit het gemor aan tot het latere geroep: “weg met Hem”. Zij kunnen niet anders, als ze niet geloven dat de “Mensenzoon op kan stijgen naar de plaats waar Hij vroeger was” (vers 62). Dat zou betekenen, dat ze zich zouden laten optillen in een andere wereld, de wereld van de geest waar zulke woorden wel aanvaardbaar en verstaanbaar zijn. Want “het is de geest die levend maakt, het vlees helpt niets.” (vers 63)

 

3. Velen raken niet aan de overkant van de wereld van het vlees naar die van de geest. Niemand kan dat trouwens tenzij hij bij de hand wordt genomen. ”Dat is de reden waarom ik zei dat niemand naar Mij toe kan komen tenzij hem dit door de Vader geschonken is” (vers 65). Wie geen keuze kan maken, kan nooit lang in het gezelschap van Jezus vertoeven. Het is bij Hem ja of nee, wat Hij ook zegt of vraagt. Om over de brug te komen moet de Vader van Jezus ons de hand van Jezus reiken. Maar dat gaat niet zonder onze vrije wil. Ieder staat voor die keuze. Hij heeft het over ons leven te zeggen. Ontvang dan zijn voedsel, zijn woorden van eeuwig leven. Dan zal wat eerst tegen de borst stuit  een bron van leven worden.

 

4. Als  Jezus’ woorden “hard” en “onverdraaglijk” overkomen, dan kunnen we de mensen begrijpen die niet meer naar de kerk komen en wegblijven. Jezus blijft ook doorgaan  tegenover Petrus en de apostelen: “wilt ook gij soms gaan? Jezus neemt niets terug. Blijkbaar moeten we de confrontatie aangaan met die harde wereldvreemde  taal van Jezus en zijn Kerk. Kun je je voorstellen, dat ook jij begint te morren en weg wilt blijven en dus je ook diep verbonden kunt voelen met degenen, die  het niet meer bij Hem uithouden? Als je kort of lang niet meer zijn woorden en Vlees en Bloed ontvangt, zou je Hem dan echt gaan missen?

 

5.  Jezus neemt niets terug en al wat wij voor of tegen kunnen bedenken is “van geen nut  omdat door wat Hij zegt naar zijn mening een heel andere wereld ontstaat, ja het leven zelf pas ontstaat. Daarom innerlijk geraakt en overtuigd dan toch met Petrus zeggen: “Gij hebt woorden van eeuwig leven. Heer, naar wie zouden we gaan?” (vers 68)

 

6. Ter afsluiting: de woorden waarop mensen afhaakten waren die over de eucharistie. "Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem" (Joh.6, 55-56). In eerbied opkijken naar de heilige hostie, zijn vleesgeworden woord en in alle eenvoud met anderen meezeggen: “Heer, ik ben niet waardig, maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden”.  Verlang en wens voor elkaar: Laat mij nooit van U gescheiden worden.