Week 21 (11 mrt)

Thema: De werkelijkheid van de Messias... en de mijne

           

Het lied van de Mensenzoon

 

1. Beeld en gelijkenis van Hem die leeft, een mensenzoon

heeft hij geen macht begeerd, geen aanzien als een god

en heeft zich niet aan de gestalte dezer wereld onderworpen.

 

2. Heeft niet roofzuchtig voor zichzelf geleefd

maar zich ontdaan van zijn bezit

en is de weg gegaan die langs de zelfkant voert, het duister in

en is niet halverwege omgekeerd maar heel de weg gegaan.

 

3. Is op de slavenmarkt gaan staan,

om als de minste mens verkocht te worden

en werd zo één van hen die mensonwaardig zijn,

werd niemand met wie niemand zijn.

En wie hem zien keren zich van hem af.

 

4. En trok het lijden aan en droeg het als een lam

en stond stom voor zijn scheerders

en werd gehangen als een slaaf.

 

5. Zo is hij mens geworden, een gerechte,

beeld en gelijkenis van Hem die leeft en liefde is.

Hem noemen wij: Heer, mensenzoon van God,

leidsman en lotgenoot, Jezus Messias.

 

           

Tekst: Lukas 9,51-62

51        Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling tegemoet gingen,

            aanvaardde Hij vastberaden de reis naar Jeruzalem

            en zond boden voor zich uit.

52        Dezen kwamen op hun tocht in een Samaritaans dorp

            om er zijn verblijf voor te bereiden.

53        Maar de Samaritanen ontvingen Hem niet,

            omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was.

54        Toen de leerlingen Jakobus en Johannes dit gewaar werden, vroegen ze:

            "Heer, wilt Gij, dat wij vuur van de hemel afroepen

            om hen te verdelgen?"

55        Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht.

56        Daarop vertrokken zij naar een ander dorp.

 

           

Overwegingen

 

1.         '... aanvaardde Hij vastberaden de reis naar Jeruzalem.'

            Hij gaat de dagen van zijn verheffing in Jeruzalem tegemoet.

            Ik neem de tijd naar Hem te kijken: zijn houding, zijn uitstraling, vastberadenheid.

 

2.         Hij zendt boden voor zich uit om zijn komst aan te kondigen.

            Misschien ben ik wel een  van die boden.

            Hoe zou ik de mensen op zijn komst voorbereiden?

            Wat zou ik roepen?

             

3.         De oude boeken zingen een lied:

            'Eens zal God koning zijn in Jeruzalem!'

            Is deze tijd nu aangebroken?

            Is het eindelijk zover?

            De tijd van het lange wachten en uithouden voorbij?

            Ik breng mij situaties te binnen waar ik aangewezen ben op lang wachten,

            Verlangend uitzien naar…

 

4.         Dan wordt Jezus niet ontvangen

            door een bevolkingsgroep waar ze ruzie mee hebben.

            'Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet.'

            Hoeveel mensen ken ik die Hem niet aanvaarden?

            Voor wie geloven niets of niets meer betekent?

            Wat doet dat met mij?

 

5.         Jezus' leerlingen stellen voor

            God te vragen zulke lieden van de aardbodem te verdelgen.

            En dat waar Jezus juist naar Jeruzalem gaat daar vergeving over hen aan te zeggen.

            Niet alleen over ons, maar ook over hen.

            Zijn leerlingen moeten nog veel leren...

            En ik...?