Week 26 (15 apr)

Thema: Leren leven met een dode

 

Inleiding

Welkom bij deze stille zaterdagmeditatie. Het thema is Leren leven met een dode.

Jezus’ leerlingen moesten de schok verwerken, dat Jezus werkelijk dood was. Maar zijn dood maakte zijn leven pas ten volle zichtbaar. De dood maakt een mens stil. Hoe meer betrokken, des te intenser. Het is goed te verwijlen bij deze werkelijkheid: liefde zal niet sterven.

Ik plaats mijzelf in de aanwezigheid van God die met tederheid naar mij kijkt

 

Wat ik vraag:

Dat ik, bij herhaling, de gebeurtenissen van de afgelopen dagen tot mij kan laten doordringen; dat ik mij verbonden kan weten met wie Jezus achterliet; dat ik de werkelijkheid van mijn leven onder ogen kan zien.

 

 

Tekst: Johannes 19, 38-42 (Bijbel In Gewone Taal 2014)

 

Toen al die dingen gebeurd waren, ging Josef uit Arimatea naar Pilatus toe. Josef was een leerling van Jezus, maar in het geheim. Want hij was bang voor de Joodse leiders. Jozef vroeg aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mee mocht nemen. Pilatus vond dat goed. Toen nam Josef het lichaam mee.

 

Ook Nikodemus kwam erbij. Dat was de man die een keer ’s nachts naar Jezus toegegaan was. Nu had hij meer dan 30 kilo geurige zalf meegenomen, gemengd met zoete kruiden. Josef en Nikodemus wikkelden het lichaam van Jezus in doeken, met de geurige zalf. Dat is bij de Joden de gewoonte als er iemand begraven wordt.

 

Er was een tuin vlak bij de plaats waar Jezus was gestorven. En in die tuin was nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. Daar legden ze Jezus neer. Want dat graf was dichtbij, en de sabbat zou bijna beginnen.

 

 

Meditatie
 

1. Ik probeer me de situatie voor te stellen. Josef en Nikodemus wisten de moed te verzamelen om zich over het lichaam van Jezus te ontfermen. Om hem die hen zo inspireerde zorgvuldig te begraven Ik beschouw wat hier gebeurt. Ik zie hoe Josef en Nikodemus, met liefde, het lichaam van Jezus van het kruis afnemen en, met tederheid, hem zalven en in doeken wikkelen. Wat doet dit met mij?

 

2. Er staan nog meer mensen te kijken terwijl Josef en Nikodemus Jezus van het kruis afnemen. Maria, de moeder van Jezus, Maria Magdalena, Johannes, nog een paar vrouwen en de honderdman. Ik kijk om mij heen naar deze mensen die zoveel van Jezus houden en nu moeten rouwen. De dood maakt een mens stil. Wat maakt mij stil in dit moment van verdriet?

 

3. Ik kijk naar al de mensen die bij de dode Jezus verwijlen. Josef die zijn eigen graf ter beschikking stelde. Nikodemus die 30 kilo zalf met kruiden gaf voor het balsemen. Maria die met smart haar zoon helpt te begraven of Maria Magdalena of Johannes die beidenlijden onder een ondraagbaar verdriet. Met wie voel ik me het meest verbonden?

 

4. De mensen die bij het graf zijn verlangen om trouw te zijn aan Jezus. Ze weten zich verbonden met wat Jezus achterliet. Hoe meer betrokken, des te intenser het verdriet.

 

5. Ik laat de gebeurtenissen van de afgelopen dagen tot mij doordringen;  Op welke manier wil ik mijn trouw en liefde aan Jezus kenbaar maken in mijn dagelijks leven?

 

 Ik besluit in alle stilte met een persoonlijk gebed.