Week 31 (20 mei)

Thema: De Geest die levend maakt

 

Opening

Als we dat nog niet gedaan hebben, stellen we ons in de tegenwoordigheid van God die met onvoorwaardelijke liefde naar ons ziet  

 

Inleiding

We lopen met de meditaties een beetje vooruit op het Pinkstergebeuren. We horen in het verhaal van de handelingen hoe de leerlingen door de Geest in vuur en vlam gezet worden. Bidden we met het lied dat ook wij door de Geest bewogen en geraakt mogen worden.

 

Lied: Herschep ons hart

(Bron: T.: Huub Oosterhuis / M.: Tom Löwenthal)

 

Herschep ons hart, heradem ons verstand.

Dat wij elkaar behoeden en doen leven.

Maak ons tot Uw gemeente.

Wees de stem die ons geweten wekt.

Verberg u niet.

 

Tekst en meditatie: Handelingen 1, 13-14; 2, 1-8

 

Zij gingen naar de bovenzaal, waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jacobus en Andreas, Pilippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jacobus zoon van Alfeüs, Simon de ijveraar en Judas, de broer van Jacobus. Zij bleven eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.

 

Ik kan in de bovenzaal een plaatsje zoeken temidden van Jezus’ leerlingen, broeders en zijn Moeder, biddend om de komst van de beloofde heilige Geest. Op welke manier verlang ik nu – op dit moment van mijn leven - naar de komst van die H.Geest?

 

Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van.

 

Uit de hemel -  het is dus geen mensenwerk – komt het gedruis als van een hevige wind; in het Grieks pneuma, adem. Het hele huis wordt vervuld van levensadem, van op adem komen, van herschepping. Heb ikzelf ooit zoiets mogen ervaren? En hoe verlang ik op dit moment in mijn leven naar dat op adem komen, naar die herschepping?

 

Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf.

 

Een ander beeld voor de Geest is vuur. Een vuur dat tegelijk verwarmt en loutert, dat geborgenheid en onderscheiding te weeg brengt. Dat vuur verdeelt zich in tongen op ieder van hen. Tong betekent tegelijkertijd taal. De bange leerlingen worden veelkleurige vertolkers, tolken, vertalers, van de Geest die hen bezielt. Is dat ook bij mij herkenbaar? Hoe spreekt de Geest door mij?

 

Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liep het volk te hoop en tot zijn verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: 'Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal?

 

Mensen van alle volkeren onder de hemel zijn in Jeruzalem bijeen, dus heel de wereld, en de Geest spreekt in hun moedertaal. De eerste woorden die een baby van zijn moeder hoort, zijn eerste ervaringen met zijn moeder zijn bepalend voor het verdere leven.

Welk woord zegt de Geest tot mij in mijn moedertaal?

 

Herschep ons hart

Zie boven