Vorig seizoen‎ > ‎

Week 18 (30 jan)

Thema: Jezus heeft geneeskracht voor heel de mens

 

 

Lied uit Magnificat, Mendelssohn

 

... quia respexit

humilitatem ancillae suae.

Ecce enim ex hoc

beatam me dicent omnes generationes.

Quia fecit me magna

qui potens est

et sanctum nomen eius

...

omdat Hij heeft neergezien

op de geringheid van zijn dienares.

Zie, immers hierdoor

noemen alle geslachten mij zalig.

Omdat mij groot heeft gemaakt

die machtig is

en heilig zijn naam

 

 

Tekst: Lukas 13,10-17

 

Eens onderrichtte Hij op sabbat in een van de synagogen,

toen er plotseling een vrouw kwam die

- bezeten door een geest -

achttien jaar lang ziek was;

zij was kromgebogen en kon zich in het geheel niet oprichten.

Toen Jezus haar zag, riep Hij haar bij zich en sprak:

"Vrouw, ge zijt van uw ziekte verlost."

Hij legde haar de handen op

en op hetzelfde ogenblik richtte zij zich op en verheerlijkte God.

Geërgerd, omdat Jezus op sabbat genas,

nam nu de overste van de synagoge het woord

en sprak tot het volk:

"Zes dagen zijn er waarop gewerkt moet worden.

Komt u dus op die dagen laten genezen en niet op de sabbatdag."

Jezus gaf hem ten antwoord:

"Huichelaars! Maakt niet ieder van u

op sabbat zijn os of ezel van de voederbak los,

om hem naar de drinkplaats te voeren?

En behoorde dan deze vrouw,

nog wel de dochter van Abraham,

die niet minder dan achttien jaar lang door de duivel is kromgesloten,

niet van die boeien bevrijd te worden op de sabbatdag?"

Toen Hij dit zei, stonden al zijn tegenstanders beschaamd.

Maar heel de menigte verheugde zich

over al de heerlijke daden die Hij verrichtte.

 

Meditatie

0.         Ik plaats mij in tegenwoordigheid van onze God

            die met vriendelijkheid naar mij kijkt.

 

1.         Ik bevind mij op sabbat in de synagoge

            Ik breng mij de situatie voor de geest

            en zoek een plaatsje in het tafereel.

            Het is sabbat.

            De dag dat de gelovigen stilstaan bij Gods bedoeling

            met de wereld, en met mijn leven.

 

2.         Er verschijnt een zieke vrouw.

            Kromgebogen; niet in staat zich op te richten.

            Zijn er dingen of gebeurtenissen

            waaronder ik gebukt ga?

            Mensen of omstandigheden die mij klein houden?

 

3.         Ik hoor Jezus zeggen: "Wees van uw ziekte verlost."

            Hij reikt haar de hand en richt haar op.

            Durf ik dat te betrekken op mijn situatie?

            Durf ik geloven dat God mij het liefst beter ziet?

 

4.         Er staan mensen omheen die dit niet willen;

            de ander de genezing niet gunnen.

            Jezus neemt het voor de zwakkere op;

            legt de negatieve omstanders het zwijgen op.

            Was de sabbat er niet om stil te staan bij Gods bedoeling met mij?

 

5.         Mensen behoren recht op te staan. Fier. Stralend.

            Dat is Gods bedoeling.

            Het hoofd omhoog; statig; majesteitelijk.

            Dat is de glorie van God.

            Maria zingt in haar lofzang:

            "Arme en kleine mensen maakt Hij groot!"