Vorig seizoen‎ > ‎

Week 24 (12 mrt)

Thema: Voor het gerecht gedaagd

 

Inleiding

In deze passietijd gaan we Jezus volgen op zijn lijdensweg; vandaag beschouwen we hoe Hij voor het gerecht gedaagd wordt.

 

 

Lied: Uit uw hemel zonder grenzen

 

Uit uw hemel zonder grenzen

komt Gij tastend aan het licht

met een naam en een gezicht

even weerloos als wij mensen.

 

Als een kind zijt Gij gekomen

als een schaduw die verblindt

onnaspeurbaar als de wind

die voorbijgaat in de bomen

 

Als een vuur zijt Gij verschenen

als een ster gaat Gij ons voor

in den vreemde wijst uw spoor

in de dood zijt Gij verdwenen.

 

Als een bron zijt Gij begraven

als een mens in de woestijn.

Zal er ooit een ander zijn

ooit nog vrede hier op aarde?

 

Als een woord zijt Gij gegeven

als een nacht van hoop en vrees

als een pijn die ons geneest

als een nieuw begin van leven.

 

 

We kunnen vragen dat we de nacht van Jezus’ lijden mogen meebeleven, als een pijn die geneest en als hoop op een nieuw begin van leven.

 

 

Lezing: Marcus 14, 53-64 en meditatie

 

Jezus werd meegevoerd naar het huis van de hogepriester om te worden voorgeleid, en alle hogepriesters, oudsten en schriftgeleerden kwamen daar bijeen. Petrus volgde hem op een afstand tot op de binnenplaats van het huis van de hogepriester, waar hij tussen de knechten ging zitten en zich warmde aan het vuur.

 

Ik probeer mijn eigen plekje in dit tafereel in te nemen. Het is nacht, het is donker. Ben ik in de gerechtszaal van de hogepriester? Dichtbij of veraf van Jezus? Ben ik daar in het licht of in de schaduw? Of ben ik daarbuiten, meer op afstand, zoals Petrus bij de knechten?

 

De hogepriesters en het hele Sanhedrin probeerden iemand een getuigenverklaring tegen Jezus te laten afleggen op grond waarvan ze hem ter dood konden veroordelen, maar dat lukte hun niet; want hoewel veel mensen een valse verklaring aflegden, waren hun getuigenissen niet eensluidend.

 

Jezus staat voor zijn rechters, ‘even weerloos als wij mensen’ zo zongen we. Hij is overgeleverd aan hun wil om Hem ter dood te brengen.

Hoe vaak hebben mensen voor valse tribunalen gestaan, en  nu gebeurt dat nog. Hoeveel mensen zijn en worden in onze wereld ten onrechte gefolterd en ter dood gebracht? En nu maakt de Schepper zich een met hen in zijn Zoon, in deze mensenzoon. Ik beschouw hoe zo de belofte van de Messias als  'Emmanuel, God met ons, die onze lasten draagt, bewaarheid wordt.

 

Toen kwamen er een paar met de volgende valse verklaring:  'We hebben hem horen zeggen: "Ik zal die door mensenhanden gemaakte tempel afbreken en in drie dagen een andere opbouwen die niet door mensenhanden gemaakt is."' Maar ook op dit punt waren de getuigenverklaringen niet afdoende.

 

De getuigen beseffen niet dat ze hiermee iets zeggen waar Jezus zich in dit donkere uur aan vasthoudt, dat er bij zijn Vader nieuw leven is. Zoals de prefatie van de overledenen het zegt: Gij neemt het leven, God, niet van ons af, Gij maakt het nieuw, dat geloven wij op uw woord. En als ons aardse huis, ons lichaam, afgebroken wordt, heeft Jezus al een plaats voor ons bereid in uw huis, om daar voorgoed te wonen.

 

De hogepriester stond op en vroeg Jezus: 'Waarom antwoordt u niet? U hoort toch wat deze getuigen zeggen?' Maar hij bleef zwijgen en antwoordde niet.

Toen vroeg de hogepriester hem: 'Bent u de Messias, de Zoon van de Gezegende?'

Jezus zei: 'Dat ben ik, en u zult de Mensenzoon aan de rechterhand van de Machtige zien zitten en hem zien komen op de wolken van de hemel.'

De hogepriester scheurde zijn kleren en zei: 'Waarvoor hebben we nog getuigen nodig?

U hebt de godslastering gehoord; wat is uw oordeel?'

Allen oordeelden dat hij schuldig was en de doodstraf verdiende.

 

Jezus geeft geen antwoord op de valse getuigenissen, Hij gaat niet in onderhandeling met boze geesten. Hij blijft trouw aan zichzelf door te zwijgen.

Maar als de hogepriester naar zijn identiteit vraagt, wijst hij op beelden uit het Oude Testament die de Messias aanduiden. Daarvoor krijgt Hij de doodstraf. De manier waarop Hij die ondergaat met het behoud van zijn geloof, zijn vertrouwen en zijn vergevende liefde openbaart ons dat Hij werkelijk de Messias is. Zodat de Romeinse honderdman als Jezus gestorven is, zal zeggen: ‘Deze was waarlijk een zoon van God’ (Marc. 15, 39). Herken ik in Jezus de Messias, de Zoon van God, en hoe dan?