Vorig seizoen‎ > ‎

Week 25 (19 mrt)

Thema: Het laatste uur       

 

Wat ik vraag: dat ik mij niet onttrek aan het zien van het lijden van Jezus

en van zovelen met Hem;

dat ik mijn eigen lijden durf zien even helder als dat van mijn medemens;

dat Hij mijn hart peilt vanaf zijn kruis.

 

Vandaag staan we stil bij het lijden van Jezus, van onze medemens en van onszelf.  We luisteren naar gezongen en gesproken teksten en in de stiltes daar tussen, staan we stil bij en mediteren we met de woorden of zinnen die ons raken.

 

Muziek: Mozart (1756-1791) Ave verum Corpus

 

Ave verum corpus, natum de Maria Virgine,

vere passum, immolatum in cruce pro homine.

Cujus latus perforatum unda fluxit et sanguine;

esto nobis praegustatum in mortis examine.

 

Vertaling:

Gegroet, lichaam geboren uit de Maagd Maria,

dat voor de mensheid waarachtig heeft geleden en aan het kruis geslagen is.

Wiens zijde doorboord is, waaruit bloed heeft gestroomd.

Degene die voor ons de beproeving van de dood heeft gesmaakt.

 

 

Tekst: Paul Begeyn SJ –  hertaling van Psalm 38.

 

Laat ook Gij het afweten, God,

Nu de pijn zich een weg boort naar

het hart van mijn ziel! Ik voel

uw zachte hand niet meer. Hoezeer

lijd ik onder de grilligheid van

uw genade.

 

Ik ben een open wond van angst.

de geborgenheid waaruit ik

dag aan dag tot leven durf te komen,

vind ik niet meer. Topzwaar

ben ik door herinneringen

van jaren her.

 

*

 

Ellende breekt mij uit. Verdriet

heit mij in een zwart moeras van zuchten.

Kruipend haal ik net de avond.

Krom van kramp lig ik.

Ik brul: Waarom? Hoever klieft

de angst mij nog open?

 

Niets aan mij heeft nu nog zin.

Mijn hart loeit. Niemand hoort het.

Gij, God, lieve lotgenoot van vroeger,

Gij kunt toch wel raden dat ik

in mij zelf geen plek meer vind

om bij te komen!

 

*

 

Alwie ik ooit heb liefgehad

is vervlogen. Als ik aan hen denk,

proef ik de bitterheid van hun verraad.

Ik hoor hen niets meer zeggen.

Wat ik nog zeggen wou

dat hoort geen mens.

 

Gij, Gij, Gij. Ik hamer huilend

met de vuisten op uw rug. Laat mij

niet mijn toevlucht zoeken tot cynisme,

mijzelf niet groter houden dan ik ben.

Moe hink ik U tegemoet.

 

*

 

Vreemd ga ik buiten uw bereik.

Kom om mij heen staan, God,

in mijn trouwe vrienden. Laat mij voelen

in hun armen hoe Gij vader zijt.

Ver van U vandaan kan ik mijzelf niet zijn.

God, kom gauw.